Verslag "De verbaal/performaal kloof"
Lezing van Rob Brunia in 1998
Bij een test worden zowel het verbale als het performale IQ vastgesteld:
verbaal = woorden, woordbetekenis, redeneren in taal en taalsymbool, rekenen is ook redeneren
performaal = praktisch handelen, oplossen van problemen en deelproblemen, bv wiskunde
Een verbaal/performaal kloof is relevant vanaf 12 punten verschil.
Pas op: een eventuele kloof kan doorwerken bij het testen en komt er dan dus niet (helemaal) uit.
Een verbaal hoog-performaal laag (V-p) kloof komt 7x vaker voor dan het omgekeerde (P-v).
Door een eventuele kloof ontstaat er een situatie dat de gegevens uit de ene hoek niet transfereren met de andere gegevens.
De kinderen kunnen zich dan geen beeld vormen van de situatie/het probleem = visualisatie.
Visualisatie van het probleem komt tot stand door verbaliseren; als je dingen onder woorden brengt krijg je daar 'n beeld bij.
Dit is belangrijk voor de werking van het geheugen.
Als iemand tégen je praat is dat beeld aanzienlijk zwakker dan wanneer je er zélf woorden aan geeft.
Vooral bij hoogbegaafdheid met een v/pkloof is het niet vormen van beelden sterk aanwezig.
Een beeld heeft 3 dimensies: symbool, betekenis, gevoelswaarde.
Als er één van de drie ontbreekt vormt het kind zich geen beeld en voert dus de opdracht niet uit (is het geval met voorlezen voor de klas, uitleg van de leraar voor de klas).
Een dergelijk kind zal in de les dus om zich heen gaan zitten kijken om te zien wat de rest doet om de opdracht te kunnen uitvoeren.
Als er dan toch geconstateerd wordt dat het om een hoogbegaafd kind gaat en men geeft het kind apart ander werk met een verbale instructie, weet het kind niet wat het moet doen:
het kan niet meer "afkijken".
Gedragskenmerken:
- moeite met routine, alles steeds elke dag opnieuw vertellen (wassen, aankleden, bed opmaken etc)
- chaos in kast, kamer, is zelf niet in staat het op te ruimen
- vergeetachtig, verstrooid (haal je jas van je kamer, kind gaat naar boven en komt nooit meer terug, zit strip te lezen)
- vaak boos of verdrietig (hij kan alles goed begrijpen maar zijn handelen leidt tot een slecht produkt, kind valt zichzelf dus steeds tegen)
- langzaam met rekenen
- problemen met de groep
- drempelvrees, alles wat nieuw is zorgt voor problemen, nieuw = bedreigend
- blokkade; er ontstaat een situatie, kind kan er niet mee omgaan, blokkeert en gaat bv op toilet zitten; apathisch
- omgooien bekers
- tics
- de aanzet in een schrift is halverwege de regel of bladzijde
- laag zelfbeeld
- vaak angstig: nachtmerries, tics
- extreem visueel
- Het gedrag van een dergelijk kind kan leiden tot de diagnose ADHD, Asperger, dyslexie, terwijl er 'alleen maar' sprake is van een V-p kloof.
Bij een performaal-hoog / verbaal-laag (P-v)situatie komt er nog bij dat het kind uitstekend kan imiteren, wat ze zien doen ze na. Bovendien wordt het aangesproken op het niveau waar het
zich verbaal uit (dat wat hij niet goed kan dus), er zit echter veel meer in dit kind dan er zichtbaar is, het kind wordt chronisch onderschat.
65% van deze kinderen worden niet ontdekt. Het gedrag van een kind met een P-v kloof kan lijken op autistiform gedrag.
Wat kun je er nu mee?
- STRUCTUUR (dmv methode OPA (bij de OBD)
- feedback laten geven door het kind en zelf feedback geven op het werk
- kind laten verbaliseren, dus laten nazeggen wat je zojuist gezegd hebt.
- belangrijke factoren in een zin: symbool (volkswagen), betekenis (vervoermiddel) en gevoelswaarde (hij rijdt lekker)
- geen wisselende structuren:
dezelfde type sommen op dezelfde bladzijde, niet alles door elkaar: 6 verschillende soorten sommen door elkaar geeft problemen met de structuur van de
som en resulteert in 38 minuten zoeken naar de structuur en 2 minuten rekenen.
- geen instapdictee
- structuur aanbrengen in tijd, vorm en inhoud
Zelfbeeld
Het beeld wat ik heb, van wat ik wil uitvoeren, wordt steeds als resultaat veel minder. Dat frustreert. Het kind valt zichzelf steeds weer tegen en vindt dat het constant faalt. Het kind moet
zichzelf competent verklaren, het moet gaan ervaren, gaan zien dat het iets kan. Dat kan door handelingen aan te bieden die tot zijn of haar sterke kant behoren, dat geeft weer zelfvertrouwen.
Routine (ik moet het iedere morgen weer opnieuw zeggen!)
Verbale instructie wordt niet opgepakt. Dus: visualiseren i.p.v. steeds verbaal herhalen. Pictogrammen op een lijst aanbrengen, een knijper bij de handeling zetten die uitgevoerd moet worden.
Handeling klaar? Knijper bij de volgende handeling zetten, etc.