Verslag "Codes"
Lezing door Rob Brunia
N.a.v. de ouder-kindcursus van Rob Brunia werd het volgende verslag geschreven.
Allereerst heeft Rob de ouders en de kinderen (hij had niemand van de groep ooit eerder ontmoet) het een
en ander verteld over hoogbegaafdheid. Daarna is hij gaan praten met de kinderen, waar de ouders bij waren. De ouders waren stomverbaasd over de felle reacties, die er te weeg werden gebracht
door dat gesprek. Zij hadden zich nooit gerealiseerd, dat wat de kinderen Rob vertelden (en wat ze soms ook gedeeltelijk thuis al hadden verteld),
zo belangrijk voor ze was. Het ging
hierover:
Ieder mens heeft een persoonlijke code. Deze code is vergelijkbaar met de kleurencode van het spelletje Mastermind. De eigen code van ieder mens wordt gevormd door eigen ervaringen en
inzichten etc. Iedere groep heeft een eigen code, de groepscode, volgens welke ieder lid van die groep zich gedraagt. Zo is er een groepscode van het gezin, maar ook in de klas op school.
Normaal gesproken ligt de persoonlijke code niet ver af van de groepscode, waardoor alles binnen de groep gewoon verloopt. Is er echter een groot verschil tussen de twee codes, dan zou dat
wringing tussen dat lid en de groep kunnen veroorzaken.
Bijvoorbeeld: De groep heeft een code
geel- groen- rood -bruin, een lid van de groep heeft een persoonlijke code
geel- groen- rood- blauw. Dat geeft weinig problemen. Een
hoogbegaafd kind zou een persoonlijke code
blauw- oranje- geel- rood kunnen hebben. In zo'n geval wordt getracht de groepscode op te dringen aan degene met de afwijkende code.
Aanvankelijk wordt op vriendelijke wijze getracht om het kind in de groep op te nemen. Als het aantal afwijzingen van die toenaderingspogingen en/ of het aantal "vreemde" reacties toeneemt,
zal de vriendelijkheid van deze initiatieven afnemen. De groep gaat steeds grotere druk uitoefenen (nog steeds alleen maar om dit kind onderdeel van hun groep te laten worden), soms op
subtiele, bijna onderhuidse manier, soms ook ronduit grof.
Zo moeten we ons dat voorstellen, als een hb kind, met een grote ontwikkelingsvoorsprong op zijn leeftijdgenootjes, naar school gaat.
Hoe groter de afwijking, des te groter de druk wordt op de persoon met de afwijkende code. Er kunnen nu drie dingen gebeuren:
| 1. |
Het kind gaat zich aanpassen aan de groep. In dat geval ontstaat er een wringing binnen het kind, maar niet een wringing tussen het kind en de groep. Soms betekent dat
180 graden omkeer van zichzelf. Dan komt het kind in ernstige problemen binnen zichzelf. Het is een reactie op de groep, omdat het kind mee wil doen. |
| 2. |
Het kind denkt: " Barst maar ", en gaat zijn eigen weg. Dat geeft problemen binnen de groep. De groep reageert. Hoe groter de afwijking, des te heftiger de reactie van de groep.
Het kind is trouw aan zichzelf, maar er ontstaat een situatie, waarin het kind in conflict komt met de groep. |
| 3. |
Kiest het hb kind voor de derde mogelijkheid, dan gaat het afwisselend de groepscode en de eigen code hanteren, is wisselend in zijn gedragingen en wordt als onbetrouwbaar ervaren
en als onbetrouwbaar behandeld. |
|
Relatie groepscode/ individuele code |
Gevolgen voor groep en hb kind |
| 1. |
Hb kind accepteert de groepscode als zijn eigen code. |
Problemen binnen het kind |
| 2. |
Hb kind blijft trouw aan eigen code, wijst groepscode af voor zichzelf |
Ruzie met de groep |
| 3. |
Code- hopping, kind hanteert afwisselend eigen code en groepscode. |
Het kind wordt als onbetrouwbaar ervaren door de omgeving. |
Op school wordt alles
samen gedaan en wordt niet individueel gewerkt.
Thuis gaat dat vaak ook zo:
- deze kleding is niet schoon/ heel/ gepast/ degelijk.
- feestjes worden door alle gezinsleden leuk gevonden.
- naar de crèche gaan omdat andere kinderen ook gaan.
Op school en thuis is een groepscode: samen met de blokken, samen eten.
Een " Januskop" is een hoofd met twee totaal verschillende gezichten. Een kind, dat zijn eigen code wijzigt, als reactie op de groepscode, krijgt zo'n "Januskop". Er komt een wringing tussen
de twee codes
binnen het kind i.p.v. tussen het kind en zijn omgeving. Dit is een moeilijk proces om te richten. De oorzaak van de "Januskop" bij hoogbegaafde kinderen is, dat de
persoonlijke code van zo'n kind eerder gevormd wordt dan "normaal".
Een hoogbegaafd kind zal vaak zijn innerlijke stem overschreeuwen als het vaak met ontwikkelingsverschillenden iets samen moet doen. Want dat is
alweer conformeren!
Wat ziet een leerkracht aan een kind? 2 voorbeelden:
| 1. |
Kind, 5 jaar, in de kleutergroep. Heeft geen lateraal contact (contact met anderen tijdens activiteiten). Kijkt wel naar (observeert) anderen en gaat daarvoor ook er naar
toe om iets of iemand van nabij te bestuderen. Praat dan niet met anderen! (Normaal kletsen kinderen met elkaar over de bezigheid en bekijken elkaars werk). Deze dingen horen bij
een eigen code, zijn echter afwijkend van het "normale". Moet je dat aanpassen? |
| 2. |
Kind, 9 jaar, groep 7. Werd in het verleden veel gepest. Werd daarom in een combinatieklas 6/ 7 geplaatst, omdat het team dat de beste oplossing leek. Het kind deed voor
90% het werk van groep 7. Het kind stond onder grote druk van de klas. De houding van de klas t.o.v. dit kind was tweeërlei: |
|
a. |
de groep in zijn geheel uitte zich met subtiele scheldpartijen, prikkeling-en enz.. Moeilijk waar te nemen, hoe te handelen? |
|
b.
| als een kind uit de groep alleen met dit kind was, werden er persoonlijke opmer-kingen naar het kind gemaakt. Moet je hieraan iets doen? |
GA JE AANPASSEN, ZO JA, TOT HOE VER?
Een kind wil in eerste instantie niet veranderen. De symptomen zijn vaak al in de eerste school-week waarneembaar. Het kind ondergaat een cultuurschok: het moet als het de klas binnenkomt,
meteen stil op een stoeltje gaan zitten. En dan staat de juf ook nog met de ouders te kletsen. Dat begrijpt het kind niet. Het ervaart meer van zulke onlogische dingen gedurende de schooldag.
De aanpassing begint al
voor de conflictsituatie. Als een kind de verbale instrumenten worden aangereikt, zal het in staat zijn om ook dit soort dingen (situatie- en gevoelsschetsen)
te uiten. AANPASSEN OF NIET, - BEIDE GEEFT PROBLEMEN!
Ouders geven vaak signalen af naar de kinderen: "Zou je a.u.b...........want.....?" Je roept spanning op door aanpassing te vragen. (denk maar aan verjaardagen bij grootouders, waar kinderen
haarscherp aanvoelen, dat er een spanning is en juist daardoor zich zo druk gaan gedragen. Dat zien we wel, maar interpreteren het niet altijd op de juiste wijze)
Belangrijk hierbij is:
| a) |
Hoe liggen de normen, waarden en grenzen binnen een groep (gezin)? |
| b) |
Hoe moet je die naar buiten presenteren: aanpassen of niet aanpassen? En als je gaat aanpassen, tot hoever moet je dan gaan? |
| c) |
De autonomiteit, het "zelfdoen" is heel sterk ontwikkeld bij hoogbegaafde kinderen. |
Het ideaalbeeld en de realiteit zijn verschillend. Wij bekogelen de kinderen met ideaalbeelden. De maatschappij ( media en school o.a.) werken daaraan mee.
Je bent als ouders inconsequent in het bepalen van normen en grenzen. Je bent je ook bewust van signalen. Maar zijn we ons ook bewust van het feit dat de groepscodes op school en thuis
repeteren? DIT IS EEN VALKUIL VOOR HOOGBEGAAFDE KINDEREN!
Wat je er aan moet doen, is het kind immuniseren voor negatieve reacties. D.w.z.,
hoe kan
dit kind zich in
deze omgeving handhaven. Wapenen daarvoor zijn:
- veel knikken, lachen en aankijken voorkomt veel narigheid.
- helderheid: "Ik begrijp wat je bedoelt en ik doe er ook wat mee, maar nu doe ik even dit". Deze wapenen zijn nodig om de kinderen te leren zich zelfstan-dig te maken
t.o.v. een groep, opdat ze hun eigen identiteit kunnen bewaren.
- Waarom is een kind gesloten? Het kind kan met de gegevens geen kant op, kan dan emotioneel vol raken en ziet geen mogelijkheid om zijn gedachten op een rijtje te zetten. Er is een
kloof tussen ervaren en verwoorden. Daartoe moet er een begrippenkader aangebracht worden (in de persoonlijke code). Vanuit dat begrippenkader kan acceptatie ontstaan. Hoe langer dat
duurt, des te schadelijker het wordt. Een structuurbeeld van het kind en een kleurencode helpt.
Een machteloosheids- situatie van een leerkracht of ouder leidt tot schuldtoewijzing. Daardoor ontstaat polarisatie. De schuldtoewijzing gaat over in sublimatie in angstsituaties bij het
kind. Dit kan zo ver gaan, dat, wanneer je je eigen schuldgevoel overbrengt op het kind, dat kind een machteloosheids- gevoel ontwikkelt.
HB is een bedreiging voor de omgeving. Daarom zwijgen vele ouders en leerkrachten daar-over. GA DAAR NIET IN MEE! Als een mens dat
wel doet, wordt dat geformaliseerd. Nee, je moet
zoeken:
| 1. |
waar die non- acceptatie vandaan komt. |
| 2. |
hoe lang het al duurt. |
Ontwikkelingsverschil op gelijke leeftijd levert intolerantie op. Deze intolerantie neemt toe naarmate de afwijking van de "norm" groter is/ wordt. Je kunt nl. geen vooroordelen weghalen, want
er is geen echte informatie over, al wordt er nu meer aandacht aan besteed in de media. ( Vgl. : hoeveel weet de consument
echt af van Mad Cow Disease? Hoewel er al weken veel over
geschreven en gesproken wordt, kennen weinigen de
ware oorzaak van deze ziekte bij runderen,en de mogelijke gevolgen voor/ bij de mens.) (dit is in 1996 geschreven; inmiddels is er bij
het grote publiek meer bekend over de gekke- koeien- ziekte).
Daarom: bied
helderheid en geef het kind
stabiliteit door inzicht (begrippenkader).
In de kindercursus (bij Rob Brunia) draait het voornamelijk om het aanbrengen van een begrippenkader.
De felle reacties van de kinderen in Oldenzaal op wat Rob ze vertelde over eigen codes en groepscodes, maakten de ouders duidelijk dat deze dingen echt zo beleefd werden en zeer intensief
ervaren werden.
De druk is groter dan men denkt. Eens zei een kind van 9 jaar tegen Rob: "Ik zeg hierover niets tegen mijn ouders, want dat zou hen zorgen kunnen baren en ze kunnen er toch niets aan doen..."