Hoogbegaafd?


Hoogbegaafde kinderen én volwassenen moeten drempels nemen.

Over het verschijnsel hoogbegaafdheid bestaat nog veel onbegrip. Niet met alle hoogbegaafden gaat het namelijk automatisch goed. In tegendeel zelfs: een groot aantal van hen, volwassenen en (soms heel jonge) kinderen kampt met problemen op geestelijk en sociaal gebied. Hoe het komt dat iemand die zeer intelligent is niet kan functioneren binnen allerlei maatschappelijke verbanden is lange tijd een raadsel geweest. De laatste jaren is er echter steeds meer kennis verzameld over de mechanismen die ertoe leiden dat hoogbegaafden gaan onderpresteren, gedeprimeerd raken of te maken krijgen met andere (ernstige) klachten van psychische en lichamelijke aard. Zonder adequate begeleiding zetten deze klachten zich vanuit de jeugd vaak door tot in de volwassenheid. Inzicht in de diverse processen die spelen rond het hoogbegaafd-zijn, maakt het mogelijk ontwikkelingsproblemen vroegtijdig te herkennen.
Voor volwassenen kan het een hele opluchting zijn herkenning te vinden in de signalen en kennis te nemen van de mechanismen die er bij hen toe geleid hebben dat ze niet goed functioneren.
Wat is nu eigenlijk hoogbegaafdheid?
Ongeveer 2 à 3 procent van de bevolking is hoogbegaafd/hoogintelligent. In principe spreken we van hoogbegaafdheid als er bij het afnemen van een intelligentieonderzoek een IQ score van boven de 130 gemeten wordt. Meest gebruikte onderzoeken zijn de Kaufmann, WIPPSI, RAKIT, WISC III, WAIS. Hoogbegaafdheid is aangeboren, vanaf het allereerste begin reageren hoogbegaafden anders dan de gemiddelde mens op de dingen om hen heen. Bij jonge kinderen wordt officieel gesproken over een 'ontwikkelingsvoorsprong'. Een hoge intelligentie moet overigens niet verward worden met het hebben van veel kennis.
Er zijn vele definities van hoogbegaafdheid in omloop. De meest gehanteerde modellen zijn die van Joe Renzulli/Franz Mönks, van Heller en van François Gagné.

Renzulli/ Mönks
Renzulli stelt dat behalve een IQ > 130 deze hoge intelligentie gepaard moet gaan aan motivatie en creativiteit (creatief denken) om van hoogbegaafdheid te spreken. In aanleg is iemand met een hoge intelligentie in principe hoogbegaafd. Mönks voegde omgevingsfactoren, school, gezin en vrienden toe aan het model en creëerde daarmee het Triadisch Interdependentiemodel. Door omgevingsfactoren kunnen de motivatie en creativiteit dermate 'aangetast' worden, dat slechts de hoge intelligentie nog rest. We spreken dan officieel van een hoogintelligent persoon en niet van een hoogbegaafd persoon.



Heller
Evenals in het model van Renzulli & Mönks zijn in het model van Heller ook de omgevingsfactoren medebepalend voor het uiteindelijke niveau waarop de hoogbegaafdheid tot uiting komt. Daarnaast zijn volgens Heller en Hany ook niet-cognitieve factoren (individueel, motivationeel en sociaal) medebepalend voor het uiteindelijke niveau en terrein waarop de hoogbegaafdheid tot uiting komt.



Gagné
Ook Gagné geeft de interactie tussen de verschillende factoren aan. De aanleg (Aptitude domains) is genetisch bepaald. De intrapersoonlijke- (Intrapersonals Catalysts) en omgevings Environmental Catalysts) factoren bepalen samen hoe de aanleg zich zal ontwikkelen.


Hoogbegaafd? >
SitemapContact