Sociale & Emotionele Ontwikkeling
De sociaal emotionele ontwikkeling: de vermeende 'sociaal-emotionele achterstand' van hoogbegaafde kinderen.
Bij de problematiek rond hoogbegaafde kinderen wordt nogal eens de zogenaamde
sociaal-emotionele achterstand genoemd. Waar komt toch die kreet vandaan en wat is er nu eigenlijk aan de hand?
Invloeden en mechanismen
Eén van de belangrijkste invloeden op de ontwikkeling van een baby tot een 'gezonde' volwassene
is de omgeving van het kind. Het kind moet zich kunnen spiegelen aan gelijkwaardigen voor het
ontwikkelen van een gezond zelfbeeld.
Nu is dat gelijkwaardig spiegelen bij hoogbegaafde
kinderen vaak een probleem. Zolang het kind binnen het gezin functioneert gaat alles goed.
Want de meeste ouders, vaak zelf hoogbegaafd, gaan in op wat het kind aangeeft en hun zoon of
dochter mag zich in zijn of haar eigen tempo ontwikkelen. Het komt bijvoorbeeld regelmatig voor dat het kind
al leest en rekent ruim voordat het naar school gaat.
En dan breekt eindelijk de eerste schooldag aan.
Een hoogbegaafd kind kijkt hier
vaak al weken naar uit: eindelijk écht leren. Maar in groep 1 en 2 is er nog geen sprake van
echt leren in de zin van lezen, rekenen en schrijven. In veel gevallen is dit een enorme
teleurstelling voor hoogbegaafde kinderen. In hun ogen wordt er alleen gespeeld. En dan vaak ook nog met puzzels
en ander speelgoed waar zij thuis al 'uitgegroeid' zijn.
Bovendien merken ze al heel snel dat ze 'anders'
zijn dan de klasgenoten: andere interesses (dinosauriërs, de 2e wereldoorlog, sterren en planeten, de natuur
), ander taalgebruik ('dure' woorden), andere grapjes (veel woordgrapjes) en het stellen van een
heel afwijkend soort vragen ("waarom moeten we eerst leven als we toch allemaal dood gaan?").
Kortom, er is een duidelijk verschil tussen het hoogbegaafde kind en de rest van de leerlingen
in de groep.
En je kunt pas werkelijk contact maken met anderen als er een gezamenlijke interesse is, een
zelfde manier van denken, je herkenning vindt bij die ander. Met andere woorden: er moet
overlap zijn in de psychologische leefwereld.
IQ
Het gemiddelde IQ is vastgesteld op 100. Kinderen die een IQ van 80 hebben, noemen we zwakbegaafd.
Hun IQ wijkt 20 punten af van het gemiddelde.
Vanaf IQ 130 noemen we kinderen hoogbegaafd.
Hoogbegaafde kinderen met een IQ tussen de 130 en 152 (hoger is niet goed te testen) wijken
dus meer punten af van het gemiddelde kind dan een zwakbegaafd kind. Niemand verwacht dat een persoon
met een gemiddeld IQ een gelijkwaardige vriendschap (met de nadruk op gelijkwaardig) kan
aangaan met een zwakbegaafd kind. En dat geldt ook omgekeerd. De hoogbegaafde leerling zit
als het ware in hetzelfde schuitje, maar dan aan de andere kant van de meetlat.
Het stoot constant zijn neus in zijn pogingen contact te leggen, want ook hij is op zoek
naar die gelijkwaardig vriendschap. Maar doordat er geen wederzijdse herkenning (en erkenning)
is, is er ook geen basis voor een gelijkwaardige ontmoeting, laat staan vriendschap. De kinderen
om hem heen tekenen, vertellen, 'lezen' op een totaal andere manier, de leerkracht prijst vaak
de andere kinderen en niet het hoogbegaafde kind die het toch al goed doet of 'eigenwijze'
opmerkingen en vragen heeft.
Zelfbeeld
Door dit alles trekt het hoogbegaafde kind de conclusie dat het iets erg fout doet, dat het
niet OK is met hem.
Hij heeft ook heel andere verwachtingen van b.v. vriendschap en loyaliteit,
zijn kalenderjaren ver vooruit.
Daar waar andere kinderen vandaag met die en morgen met de ander optrekken, hebben de hoogbegaafde kleuters
trouw al hoog in het vaandel staan. Zij zullen dan ook niet begrijpen waarom hun klasgenootjes hen zomaar
in de steek laten en de volgende dag wel weer samen willen spelen.
Ook hun 'onderhandelen' ligt op een veel
hoger en dus ander niveau, waar de kinderen in de klas nog helemaal niet aan toe zijn.
En last but not least
leert het zijn hele basisschoolperiode dingen die hij of zij al wist.
Ziehier een aantal oorzaken die uiteindelijk kunnen leiden tot allerlei problemen.
Nu komt
ook
de zogenaamde sociaal-emotionele achterstand om de hoek kijken. Doordat het kind gefrustreerd
raakt op velerlei terreinen zal het zich of (totaal) gaan terugtrekken, of agressief gaan
reageren op zijn omgeving. Het kan zich, vergeleken bij zijn kennis, jonger gaan gedragen
dan men verwacht of ook overdreven de aandacht van de leerkracht gaan trekken. Ook kan het
kind gaan onderpresteren.
Over het algemeen observeren leerkrachten heel goed dat er een sociaal probleem is. Alleen
wordt er nog bijna altijd een verkeerde interpretatie gegeven: het kind
kan nog niet omgaan met zijn groepsgenoten. De juiste interpretatie zou zijn: het kind is zijn groepsgenoten
sociaal voor, het verwacht van hen antwoorden en reacties waar zij nog niet aan toe zijn.
Er is voornamelijk een kennis- en communicatie probleem.
Oorzaken en gevolgen
De hoogbegaafdheid op zich is niet het probleem. Wél de manier waarop de omgeving er mee
omspringt, bewust en onbewust.
Dit kan de oorzaak zijn voor sociaal gedeformeerd gedrag.
We kunnen concluderen dat ernstige problemen kunnen ontstaan door:
- het verder in ontwikkeling zijn in vergelijking met leeftijdgenootjes, waardoor er een ander
verwachtingspatroon leeft en er vervolgens sociale problemen kunnen ontstaan
- gebrek aan contact met klas- en leeftijdgenoten, wat kan leiden tot grote eenzaamheid bij het kind
- het ontbreken van adequate lesstof, waardoor verveling en uiteindelijk totale demotivatie en apathie een kans krijgen.
Hoe kun je het kind bij deze problematiek nu hulp bieden?
- Allereerst door uitleg: vertel het kind wat er met hem of haar aan de hand is
- Spreek het kind aan op het eigen niveau
- Zorg voor gezelschap van gelijken, 'peers'
- Breng IQ en EQ (emotionele intelligentie) weer met elkaar in evenwicht.
Wanneer is hulp nodig?
Hoe weet u of de ontwikkeling van uw kind stagneert?
Soms is het duidelijk dat het kind niet goed in z'n vel zit: agressief, onhandelbaar gedrag,
niet voor rede vatbaar zijn, huilen, niet meer naar school willen enz. Maar soms lijkt
het kind goed te functioneren,het klaagt niet, is misschien alleen wat stil. Niet altijd
hebben de leerkracht of de ouder(s) dan door dat het helemaal niet goed gaat met het kind.
Een aantal mogelijke signalen:
- zeer wisselende resultaten op school
- dalende lijn in schoolresultaten
- is op school een totaal ander kind dan thuis
- omgekeerde ontwikkelingsgang (wordt weer onzindelijk, krassen i.p.v. tekenen)
- vroegere interesses lijken verdwenen te zijn
- kind wil niet meer naar school
- is slecht of helemaal niet meer te motiveren
- verlies van spontaniteit
- terugtrekken
- agressiviteit
- veel buikpijn, hoofdpijn
- depressieve gevoelens.