Hoogbegaafd :: Kids Basisschool
Hoogbegaafde kinderen op de basisschool. Soms gaat het goed me ze binnen ons onderwijssysteem, en soms ook niet. Ook kan het voorkomen dat het ronduit slecht met hen gaat.
Als het goed gaat met uw hoogbegaafde zoon of dochter dan is het van belang om dat ook zo te houden. Dan zou je preventief aan het werk kunnen.
Als het slecht gaat met je hoogbegaafde kind dan ga je op zoek naar zoveel mogelijk informatie om te begrijpen waarom het slecht gaat en wat je daaraan kunt doen.
Een hoogbegaafd kind is echt heel anders dan een 'gewoon' begaafd kind. Het is niet dat het hoogbegaafde kind gewoon iets sneller denkt en zaken sneller snapt. Het heeft een totaal andere
manier van denken, van leren en van omgaan met de wereld.
Als een hoogbegaafde kleuter de basisschool in stapt dan wil het maar 1 ding: leren! Leren is immers leuk! Het hoogbegaafde kind wíl leren, van binnenuit. Alleen de manier waarop scholen
omgaan met lesstof, lesaanbod en toetsen, is een manier die slecht bij hen past. Zij leren voor zichzelf, ze leren in principe niet voor de toets.
M.n. in de eerste 4 jaren valt het leren nog wel eens tegen. Zeker in groep 1 en 2 waar eigenlijk nog niet 'echt' geleerd wordt. Als je kind lekker vlot is en zichzelf al heeft leren lezen
en rekenen, ervaart het de lesstof in de groepen 3 en 4 ook niet als zinvol. Vanaf groep 5 (in het reguliere onderwijs) komen de zaakvakken erbij en kunnen de kinderen weer even vooruit met
hun kennishonger.
Binnen Montessorie en Jenaplan onderwijs worden kinderen al eerder in aanraking gebracht met het zogenaamde kosmisch onderwijs. Hierin kunnen ze vaak wel lekker vooruit. Maar de verveling
bij rekenen en taal is even groot als bij hoogbegaafde kinderen in het gewone onderwijs.
Er is een soort 'agenda van verwachtingen' te maken over hoe een hoogbegaafd kind een schooljaar beleeft:
- Na de zomervakantie (augustus/september): bijgetankt en tot rust gekomen in de vakantie, schone lei, nieuwe leerkracht, dit jaar wordt het leuk!
- Oktober: het is niet leuker geworden dan vorig schooljaar, gelukkig nog een paar weken, dan is het herfstvakantie;
- Na de herfstvakantie: veel ouders hebben dan een eerste gesprek op school om aan te geven dat hun kind ongelukkig is, zich verveelt, met tegenzin naar school gaat. School belooft een aantal
stappen te zetten. Kind kijkt uit naar de verbeteringen.
- November/december: drukte met voorbereidingen voor Sinterklaas, Kerstfeest. Weinig tijd om de goede voornemens ook concreet ten uitvoer te brengen. Kind zakt weg. Signalen van hoofdpijn,
buikpijn, onrust, niet naar school willen, protest (soms zichtbaar in het schoolwerk: een blauwe Sinterklaas, een rijtje sommen waar allemaal 100 als uitkomst genoteerd wordt). Gelukkig is het
bijna Kerstvakantie!
- Kerstvakantie: bijtanken, tot rust komen, leerhonger wordt vaak thuis zichtbaar. Ouders wordt gevraagd om sommen op te geven. Thuis wordt school.
- Januari: tweede gesprek door de ouders. Het kind hoopt: nu gaat het vast beter worden!
- Februari: de leerkracht past misschien een paar zaken aan, geeft verrijkingswerk maar niet op de manier waarop dat het beste bij het kind en zijn verwachtingen past. Nog steeds het 'gewone'
werk meedoen met de klas. Bij sommige scholen verandert er helemaal niets omdat de leerkracht de noodzaak niet ziet.
- Maart, april, mei: gelukkig af en toe vakanties. Thuis is school geworden of het kind is ingeslapen. Op school droom je door de dag heen. Je maakt je verrijkingswerk niet omdat het alleen
maar EXTRA werk is. De 'domme' dingen moet je nog steeds doen.
- Mei, juni: nog even volhouden, volgend jaar wordt het vast beter...
Bovenstaande is herkenbaar voor veel kinderen waarvan de ouders uiteindelijk hulp gaan zoeken bij hoogbegaafdheids-specialisten. Ook als een school van goede wil is, is het mogelijk dat men
niet de kennis in huis heeft om de juiste stappen te zetten! Daarin zijn leerkrachten nauwelijks verwijtbaar. Er zijn inderdaad heel veel kinderen met diverse problemen die allen aandacht
behoeven. Bovendien zijn leerkrachten niet getraind om hoogbegaafden te begeleiden en er zijn van regeringswege geen budgetten voor toegekend. Maar ook leven er nog ingesleten denkbeelden over
hoogbegaafde kinderen: 'Die komen er vanzelf, daar zijn ze immers slim genoeg voor'! Of: 'Als hij dan zo slim is, dan kan hij ook wel even dat toetsje maken om het mij te laten zien, dan ga ik
het werk wel een beetje aanpassen'.
Wanneer een hoogbegaafd kind ook een leerprobleem heeft (dyslexie, dyscalculie, beelddenken of een combinatie), dan kan het zijn dat het zelfs slecht presteert in groep 3 en 4. Het lezen komt
niet op gang, rekenen automatiseert niet, concentratie is vaak slecht, er is geen betrokkenheid bij het onderwijs. Lezen en rekenen worden al heel gauw vervelende activiteiten en het zelfbeeld
van het kind gaat haast zienderogen achteruit. In de ogen van de leerkracht voldoet een dergelijk kind totaal niet aan het idee van een hoogbegaafde leerling. Deze leerlingen belanden vaak in
een zorg-traject: een handelingsplan, RT en soms ook het advies om een sociale vaardigheidstraining te gaan doen. Het 'hoogbegaafd zijn' wordt in twijfel getrokken.
Het is van groot belang dat men op school goed te signaleert, goed te observeert en op de juiste manier toetst. Iedere hoogbegaafde leerling zou een eigen Plan van Aanpak moeten hebben,
eigenlijk een eigen leerlijn. De ene hoogbegaafde leerling is beslist de andere niet. Allen hebben immers ook hun eigen karakter, hun eigen problemen (perfectionistisch, faalangstig, snel
blokkeren, concentratieproblemen, sensitief, interesses, mogelijke gezinsproblemen enz.). Een Plan van Aanpak voor de hoogbegaafde leerling moet weloverwogen gemaakt worden, steeds per kind
opnieuw. Gold voor een bepaalde leerling dat versnellen niet goed heeft uitgepakt? Dat is geen reden om het niet bij een andere leerling te doen! Hoogbegaafd,
dus versnellen? Nee, ook niet
altijd waar.
Als ouder(s) heeft u ook de zorg voor een aanbod van voldoende 'peers' (ontwikkelingsgelijken). Er zijn diverse ouderverenigingen (
Pharos,
Hint,
Choochem) die van alles voor hoogbegaafde kinderen organiseren. Ook op bijvoorbeeld schaak- en jeugdbridge
clubs zijn peers voorhanden. Mogelijk is er bij u in de buurt een verrijkingsklas waar uw kind aan kan deelnemen.
Ook zijn er verschillende organisaties die van tijd tot tijd bijeenkomsten organiseren. Voor het opbouwen van een gezond zelfbeeld is het is belangrijk dat kinderen regelmatig kunnen ervaren
dat ze begrepen en geaccepteerd worden!
Houdt als ouders goed de vinger aan de pols.
Misschien herkent u de 'agenda van verwachtingen' en de
signalen van onderpresteren.
Aarzelt u niet en ga naar school als u vindt en
voelt dat dat noodzakelijk is voor het welbevinden van uw kind! En ook hier geldt: voorkomen is beter dan genezen.
Klik hier voor informatie over
de oudercursus.
Klik hier voor informatie over
j.a.a.b..
Klik hier voor informatie over
Hiq-kids.