SIGNALEN ASPERGER

Jonge kinderen:
Kleuters met Asperger worden beschreven als kinderen die óf niet geïnteresseerd zijn in het spelen met andere kinderen, óf het spel van andere kinderen verstoren door hun eigen regels eigenzinnig te willen doorvoeren. Ze hebben moeite instructies op te volgen en vallen op door hun aparte gezichtsuitdrukkingen, wijze van lopen, spraak en stemgeluid. Er zijn specifieke interesses die meer gedeeld worden met volwassenen dan met leeftijdgenoten.

Basisschoolkinderen:
Basisschoolkinderen met Asperger willen wel contact met leeftijdgenoten, maar weten niet hoe ze dat moeten realiseren. Ze pakken bijvoorbeeld iemand vast om met hem samen te spelen in plaats van het te vragen. Ze hebben de neiging om alles perfect te willen doen, maar weten niet hoe ze om hulp moeten vragen. Een kind blijft bijvoorbeeld telkens weer een antwoord uitgummen, zelfs al is het papier al kapot. Deze kinderen hebben moeite zich aan de regels te houden, zijn regelmatig van alles kwijt en roepen soms zonder enige aanleiding iets door de klas (ook wanneer het nergens op slaat). De manier van spreken is wat ouwelijk. Werken met constructie-/bouwmateriaal gaat soms uitzonderlijk goed. Ze experimenteren met van alles, maar overzien geen gevaren. Een voorbeeld hierbij is dat van een jongen die een touw over de trap had gespannen en alleen geïnteresseerd was in het feit hoe zijn broer erover zou struikelen. Dat zijn broer gevaar zou kunnen lopen, kwam niet bij hem op. Op deze leeftijd is het zeer belangrijk samen sociale situaties te bespreken, op video terug te kijken en te evalueren. Op deze manier kunnen deze kinderen meer inzicht verkrijgen in de specifieke (sociale) moeilijkheden en passende patronen en reacties aanleren waar dit hen niet van nature is meegegeven.

Jongvolwassenen:
In de puberteit worden de problemen in de sociale omgang steeds duidelijker, zowel voor henzelf als voor hun omgeving. Ongeschreven regels zijn voor hen dikwijls een raadsel. 'Zoiets doe je niet of zeg je niet', is vaak op hen van toepassing. De sociale aansluiting mislukt ook vaak omdat er geen gedeelde interesse is. Het is soms moeilijk te verdragen om in groepen te zijn en dicht tegen elkaar aan te staan. Dit geeft bij jongvolwassenen problemen tijdens pauzemomenten op de middelbare school en bij bijvoorbeeld (school)feesten en uitgaansgelegenheden. Ze kunnen problemen hebben om te eten waar anderen bij zijn en worden daardoor onrustig als de pauze nadert. Ook voor docenten kan de omgang met deze leerlingen lastig zijn. Ze houden soms hardnekkig vol aan de zelf gevonden strategieën en staan nauwelijks open voor correcties. Door het soms trage werktempo en hun neiging tot perfectie lopen ze vast door de aan zichzelf gestelde eisen.

DELEN