Syndroom van Asperger

Het Syndroom van Asperger is een aan autisme verwante stoornis die voor het eerst beschreven is in 1944 door de kinderarts Hans Asperger. Hij omschreef een groep kinderen die moeite had zich in te leven in anderen, weinig tot geen vriendjes hadden, op een eigenaardige manier praatten en helemaal op konden gaan in hun eigen interesses. Daarnaast viel een enigszins onhandige motoriek op. In tegenstelling tot andere vormen van ASS was er echter sprake van een normale tot zeer hoge intelligentie.

De vlakken waarop (klassiek) autisme en Asperger overeenkomen zijn de problemen in sociale communicatie en de beperkte interesses en herhalingsgedrag. Bij Asperger is er echter sprake van minimaal een gemiddelde intelligentie en is er géén sprake van een vertraagde taalontwikkeling. Bij (klassiek) autisme is ieder intelligentieniveau mogelijk en is er wel een vertraagde taalontwikkeling.

Naast een normale tot hoge intelligentie zien we bij kinderen/volwassenen met Asperger vaak:

Naast de problemen die Asperger kan veroorzaken zijn er ook sterke kanten te noemen. Zo kunnen personen met Asperger dankzij de neiging zich af te sluiten van de buitenwereld en zich volledig te focussen op een interesse soms opmerkelijke resultaten boeken. Zij hebben een scherp oog voor detail, een goed en soms uitzonderlijk geheugen, zijn opvallend onafhankelijk en eerlijk, en hebben soms een encyclopedisch aandoende kennis van (bepaalde) onderwerpen. Ook ontwikkelen sommige personen met Asperger zich op één onderwerp bijzonder sterk. Wanneer dit leidt tot uitzonderlijke prestaties op een specifiek vlak, bijvoorbeeld een (bijna irrationeel) razendsnel wiskundig vermogen, noemen we zo iemand een autistische savant. Door de jaren heen is het syndroom van Asperger, soms verward of in combinatie met het savant syndroom, een dankbaar onderwerp geweest in de internationale filmwereld en literatuur. De bekendste film rondom dit onderwerp is 'Rainman' (1988), maar recenter zijn bijvoorbeeld 'Adam' (2009) en 'My name is Khan' (2010) verschenen.

Een groot deel van de eerder genoemde signalen vertoont overlap met kenmerken die tevens kunnen passen bij hoogbegaafdheid en beelddenken. Het kan gebeuren dat signalen van een hoogbegaafd kind dat niet goed in zijn/haar vel zit verkeerd geïnterpreteerd worden als kenmerken van een autismespectrumstoornis (ASS). Wanneer er sprake is van een combinatie van hoogbegaafdheid en ASS dan is aandacht en erkenning voor beide domeinen essentieel in de begeleiding. Daarom is het belangrijk dat het kind zo volledig mogelijk 'in kaart gebracht wordt'. Een uitgebreid psychologisch onderzoek biedt een combinatie van intelligentiebepaling en het beschrijven van de persoonlijkheid. Zo kan voor het individu bepaald worden bij welke begeleiding en ondersteuning hij of zij baat zou kunnen hebben. Dit wordt bij voorkeur uitgevoerd door iemand die bekend is met zowel hoogbegaafdheid als leer- en gedragsproblematiek.

Een ASS is complex om te diagnosticeren en behoeft een uitgebreid onderzoek, bij voorkeur uitgevoerd door een team van verschillende professionals (GZ-psycholoog, psychiater, orthopedagoog, kinderarts etc.) en in verschillende situaties (school, thuis, een-op-een, met leeftijdsgenootjes). Alleen op deze manier kan genuanceerd en eenduidig vastgesteld worden of er sprake is van Asperger of van een aangenomen gedragspatroon lijkend op ASS.

SitemapContact