Autistische stoornis (Klassiek Autisme)

De autistische stoornis wordt ook wel klassiek autisme, kernautisme of het Kannersyndroom genoemd. Het komt voor bij 4 à 5 op de 10.000 mensen. Omdat ASS een psychiatrische stoornis is, heeft de American Psychiatric Association in hun handboek voor psychiatrische stoornissen (DSM-IV) beschreven waaraan voldaan moet worden om van een autistische stoornis te kunnen spreken. Er moeten beperkingen gezien worden binnen de volgende drie criteria:

De drie criteria zijn weer opgedeeld in aparte kenmerken, zoals de voorbeelden tussen haakjes. Er kan gesproken worden van autisme wanneer er voldaan wordt aan tenminste zes van deze kenmerken, waarvan er minimaal twee uit de eerste, één uit de tweede en één uit de derde categorie moet komen. Deze kenmerken moeten al voorkomen vóór het derde levensjaar van het kind. In het verleden werd gedacht dat ASS alleen kon voorkomen bij personen met een verstandelijke handicap. Tegenwoordig wordt ASS (grotendeels) onafhankelijk van de intelligentie beschouwd. Het is relatief zeldzaam, maar ook onder hoogbegaafden kan klassiek autisme voorkomen.

De autistische stoornis is slechts één van de mogelijke vormen van autisme of aan autisme verwante stoornissen (ASS). Wanneer er sprake is van een deel van de kenmerken, maar niet genoeg om te voldoen aan de criteria voor een autistische stoornis, kan gedacht worden aan PDD-NOS. Wanneer er wel sprake is van problemen in de sociale communicatie en een beperkte interesse en herhalingsgedrag, maar geen problemen in de taalontwikkeling, kan men denken aan het Syndroom van Asperger. Wanneer niet de contactproblemen, maar het reguleren van de emoties en gedachten op de voorgrond staat, is de meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis MCDD een mogelijkheid.

Een deel van de signalen bij ASS vertoont overlap met kenmerken die tevens kunnen passen bij hoogbegaafdheid en beelddenken of HSP. Het kan gebeuren dat signalen van een hoogbegaafd kind dat niet goed in zijn/haar vel zit verkeerd geïnterpreteerd worden als kenmerken van een ASS. Wanneer er sprake is van een combinatie van hoogbegaafdheid en ASS dan is aandacht en erkenning voor beide domeinen essentieel in de begeleiding. Daarom is het belangrijk dat het kind zo volledig mogelijk ‘in kaart gebracht wordt’. Een uitgebreid psychologisch onderzoek biedt een combinatie van intelligentiebepaling en het beschrijven van de persoonlijkheid. Zo kan voor het individu bepaald worden bij welke begeleiding en ondersteuning hij of zij baat zou kunnen hebben. Dit wordt bij voorkeur uitgevoerd door iemand die bekend is met zowel hoogbegaafdheid als leer- en gedragsproblematiek.

Een ASS is complex om te diagnosticeren en behoeft een uitgebreid onderzoek, bij voorkeur uitgevoerd door een team van verschillende professionals (GZ-psycholoog, psychiater, orthopedagoog, kinderarts etc.) en in verschillende situaties (school, thuis, een-op-een, met leeftijdsgenootjes). Alleen op deze manier kan genuanceerd en eenduidig vastgesteld worden of er sprake is van een autistische stoornis of van een aangenomen gedragspatroon lijkend op ASS.

SitemapContact