Intelligentie-onderzoek
De intelligentie van uw kind wordt vastgesteld met de WISC III. Dit is de in Nederland meest gebruikte intelligentietest voor kinderen in de leeftijd van 6 tot 17 jaar. In sommige gevallen
kan worden gekozen voor een andere testbatterij, bijvoorbeeld als uw kind in de afgelopen twee jaar al is getest met de WISC III. Bij kinderen jonger dan zes of ouder dan 16 jaar kan gebruik gemaakt worden van de WPPSI-III of de WAIS-III.
Het onderzoek beslaat 2,5 uur en wordt ofwel in de ochtend (9.30-12.00), ofwel in de middag afgenomen (13.00-15.30). De onderzoeker is er op gericht uw kind zoveel mogelijk op zijn/haar gemak
te stellen. Alleen dan kan een goed beeld worden verkregen van de capaciteiten en het functioneren van uw kind. Alvorens te beginnen aan het onderzoek krijgt uw kind een duidelijk beeld van wat
er komen gaat. Ook zal er ruimte zijn voor pauzes waarin wat gegeten en gedronken kan worden. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de behoeftes van uw kind om het optimaal te
laten functioneren tijdens de testafname. Een bijzondere voorbereiding op de dag is niet echt nodig, het is wel belangrijk dat uw kind fit is. Bij ziekte wordt u sterk aangeraden het
onderzoek te verplaatsen. Vierentwintig uur van te voren is dit kosteloos en daarna wordt er een vergoeding gevraagd. Uw kind zal vast nieuwsgierig zijn naar het onderzoek, u kunt hem/haar
vertellen dat het allerlei verschillende werkjes gaat doen, hierin komen wat tekenoefeningen, puzzels en vragenoefeningen voor.
De intelligentietest bestaat uit verschillende onderdelen, die steeds een beroep doen op een ander aspect van de intelligentie. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verbale intelligentie en
performale (praktische) intelligentie. Het kan zijn dat er bij uw kind een evenwichtig intelligentieprofiel uitkomt; de resultaten op verbaal en performaal gebied liggen dan niet ver uit elkaar.
De resultaten kunnen echter ook wijzen op een onevenwichtig intelligentieprofiel. Dit komt regelmatig voor bij (hoog)begaafde kinderen. Deze disbalans tussen de verbale en performale vaardigheden
kan leiden tot problemen in de werkhouding, leerproblemen, gedragsproblemen of emotionele problemen. Regelmatig is er sprake van partiele hoogbegaafdheid, waarbij het kind op verbaal gebied erg
hoog scoort en op performaal gebied gemiddeld of zelfs lager dan gemiddeld. Dit noemt men een verbaal-performaal kloof. Details aangaande deze mogelijke uitslagen worden verwerkt in het onderzoeksrapport
De onderzoeker werkt in een verslag haar bevindingen uit, waarin de testresultaten worden geïnterpreteerd. Ook observaties geven informatie over de taakaanpak en concentratie van uw kind en
worden dus uitgewerkt.
Wanneer u een afspraak maakt voor intelligentieonderzoek wordt er gelijk een datum vastgelegd voor het evaluatiegesprek. Doorgaans vind dit 2 à 3 weken na het onderzoek plaats. In dit gesprek
worden de bevindingen van het onderzoek besproken en is er alle gelegenheid om vragen te stellen. Tevens kunt u het gehele verslag inkijken en krijgt u de onderzoeksrapportage van de bevindingen mee
naar huis.